In het hart van het West-Noorse fjordengebied ligt skigebied Strandafjellet. Een onbekend Noors gebied weliswaar, maar met een grandioze ligging, rustige liften en uitgestorven pistes mag je dit sneeuwzekere ‘pudderparadis’ gerust dé geheimtip van Noorwegen noemen.
“Dit is het mooiste skigebied op aarde”, zegt Karsten Gefle. Normaal neem ik zo’n uitspraak met een flinke korrel zout, zeker wanneer de afzender in kwestie promotie doet voor het betreffende gebied. Maar als voormalig professional heeft Karsten tientallen skigebieden over de hele wereld gezien, dus hij kán vergelijken. En met 20 jaar ervaring als wintersportjournalist kan ik zijn uitspraak beamen: Strandafjellet biedt het mooiste panorama dat ik ooit zag vanaf een piste. Vanop het terras van restaurant Roalden, op iets meer dan 1000 meter boven zeeniveau, kijken we uit over het Storfjord. Deze stoere zee-arm kronkelt ver beneden ons tussen ongenaakbaar steile bergwanden, alsof de Alpen tot hun schouders in zee staan. In de diepte ligt het stadje Stranda en doorkruisen ferry’s het spiegelgladde fjord: het tafereel oogt als een opstelling in Mini-Europa. Karsten wijst naar de fotogenieke rode strandstoelen voor Paviljong Roalden. “Dit is onze insta-spot nummer 1”, grijnst hij. Het cirkelvormige paviljoen zelf is amper nog te zien, alleen de voordeur is sneeuwvrij gemaakt, verder is het restaurant bedolven onder meters sneeuw. Dat is gelijk de andere grote troef van Stranda: dit is een echt pudderparadis zoals de Noren zeggen.
Tijdens de afdaling kan ik me concentreren op die tweede troef. Vanaf pistes zo breed als een 12-baans snelweg zien we het fjordlandschap telkens weer vanuit een andere hoek. Tot we na een paar kilometer tussen de bomen kronkelen en verse ‘champagnepoeder’ ons om de oren vliegt. Voor deze enorme hoeveelheid sneeuw is een duidelijke geografische verklaring. Veel skigebieden in Noorwegen liggen diep in het binnenland; Strandafjellet daarentegen in het hart van het West-Noorse fjordengebied. Hemelsbreed niet heel ver van open zee. ’s Zomers komt er heel wat regen vanaf de Noordzee, maar ‘s winters dwaalt het gelukkig neer in bevroren vorm. Dat zorgt gelijk voor de derde troef: de offpiste-opties van dit pudderparadis. “Ons gebied is dan niet zo groot, maar je kunt hier offpiste skiën op elk niveau”, zegt Karsten. “Tussen de pistes vind je makkelijke, veilige ongeprepareerde afdalingen. Ideaal voor beginnende freeriders”, vervolgt hij. Gevorderden raadt hij aan om met een gids op pad te gaan. “Loop een paar honderd meter vanaf de lift en je kunt kilometerslange, ongerepte afdalingen maken. Op sommige plekken kun je zelfs skiën tot aan het fjord”, zegt Karsten verlekkerd. Twee dagen voor onze aankomst is er 80 cm gevallen en hij wijst aan op welke hellingen hij gisteren de eerste sporen heeft gezet. Ondertussen maak ik de meeste poederbochten sinds jaren, vlak naast de piste. Want ook al viel die 80 centimeter twee dagen geleden, het gebied is nog lang niet ‘uitgespoord’. Het is dan ook rustig in het gebied. We hoeven nooit te wachten bij de liften, de dranghekken die skiërs in goede banen moeten leiden lijken puur symbolisch. En dat terwijl dit de drukste week van het jaar is, in de Alpen tenminste. Karsten: “Noren komen in de weekenden, hoogstens een hele week met Kerst of Pasen. Buiten de feestweken hebben we doordeweeks nog niet genoeg bezoekers. Dan is er veel accommodatie beschikbaar.” Ons komt dat goed uit. Want wij verblijven in een prachtige moderne, hytte in chaletpark Fjellgrend, direct naast de piste. Met twee ruime slaapkamers, grote living, luxekeuken, open haard en panorama-uitzicht over de bergen. Dat alles voor een bedrag waarvoor je in de Alpen in het hoogseizoen amper een bezemkast kunt huren.
Overdag is dat fijn skiën in de rust. Met complete pistes voor onszelf, zonder angst voor pistepiraten of skiklassen die de doorgang blokkeren. ’s Avonds is het muisstil in het gebied. In de comfortabele hutten van Fjellgrend zit iedereen gezellig binnen. Dit is echte familietijd, je bent op elkaar aangewezen. Of een goede relatietest, het is maar hoe je het bekijkt.
Typisch van Strandafjellet is dat we telkens dezelfde mensen tegenkomen – in de liften en in de restaurants – dat hoort bij een klein gebied. Net zoals een praatje maken, in de enige gondellift lijkt dat bijna een verplichting. Er komen hier weinig toeristen uit het buitenland en veel Noren kunnen hun nieuwsgierigheid niet bedwingen. Waar komen jullie vandaan? En hoe hebben jullie Strandfjellet gevonden? Zo zitten we bijvoorbeeld in de lift met een jong stel uit Oslo en ontdekken wij dat zij met de auto langer onderweg waren vanuit de Noorse hoofdstad dan wij per vliegtuig en huurauto vanaf Amsterdam.
Tijdens een volgend liftritje krijgen we een spontane spoedcursus Stranda. Per toeval zitten we in de lift met een vriendelijke dame die alle pisterestaurants beheert én ook nog eens alles kan vertellen over het gebied. “Van oudsher draait de economie hier traditioneel om hout, meubels en visserij, tegenwoordig is dat vooral fish farming”, weet ze. “Ook is Stranda in Noorwegen bekend en geliefd om haar ham, schapenworst én het meest gegeten gerecht van het land.” Daar kan natuurlijk maar één vraag op volgen: welk gerecht is dat?
“Dat is de Pizza Grandiosa”, zegt ze. “De fabriek staat hier in het dal en jaarlijks worden er meer dan 20 miljoen stuks verkocht in Noorwegen.” Een snelle rekensom leert dat statistisch gezien elke Noor vier Pizza Grandiosa’s eet op jaarbasis. Met nog slechts enkele liftminuten te gaan schakelt de vriendelijke dame snel over op het laatste onderwerp van haar mini-college. Op gedempte toon vertelt ze dat veel lokale ondernemers diepe zakken hebben – pizzageld, schat ik zo in – en grootste plannen maken voor Stranda. Zoals een skiverbinding met het nabijgelegen skigebiedje Sunnmørsalpene. Door die fusie zou één van de grotere skigebieden van Scandinavië ontstaan. Ook een gondel vanuit het stadje Stranda en twee grote hotels staan op de verlanglijst van de ondernemers. “Zeker terugkomen dus!”, roept ze ons nog na. We beloven dat, hoewel we eigenlijk hopen dat Strandafjellet juist een geheimtip blijft.
When in Rome do, as the Romans. Onder dat motto kopen we diezelde avond een paar Grandiosa’s bij de lokale supermarkt. Wanneer ze eenmaal op tafel staan kunnen we slechts één conclusie trekken: de Pizza Grandiosa stelt zelfs teleur voor een diepvriespizza. Dat Strandafjellet sowieso geen culinaire bestemming is, en de après-ski evenmin veel voorstelt, maakt echter helemaal niets uit. De vloerverwarming giert behaaglijk door ons houten luxechalet, het knapperend haardvuur doet daar nog een schepje bovenop en langs de panorama-ramen dwarrelen vrijwel elke avond dikke sneeuwvlokken. Tijdens opklaringen lopen we ’s avonds door de knisperend verse sneeuw en genieten van dat authentieke Last Christmas-gevoel. Dan zien we niet alleen een verbijsterend heldere sterrenhemel maar soms ook een vlammende vlaag Noorderlicht dansen aan de horizon. Ook overdag wisselen zon en sneeuw elkaar af. En zo kan het dat ik de laatste ochtend nog urenlang poederbochten draai door een laag enkeldiepe verse sneeuw. Zo’n dag waarin je juichend omlaag stuift en trappelend van ongeduld weer in de lift omhoog zit. En dat blijkt die naam opeens tóch te kloppen: Strandafjellet is simpelweg Grandiosa.